Snoeien
Vanmorgen weer erg vroeg wakker. Luisterend naar de geluiden buiten, hoor ik hoe de hazelaar van de buren zijn hazelnoten op het schuurdak laat vallen. Gisteren heb ik in het gangpad al wat geoogst, maar op het dak en in de goot zal het vol liggen. Ik begin me verwant te voelen met de hazelaar.
De hele zomer heeft hij zijn best gedaan om zijn vruchten te laten groeien en die mogen nu vallen. Maar dadelijk wordt het herfst, dan gaat zijn mooie groene bladerdek verkleuren, en de bladeren gaan vallen. Om deze winter te overleven zal hij helemaal kaal moeten worden. Om in het voorjaar weer nieuwe bladeren te krijgen. En mogelijk wordt hij eerst nog gesnoeid. Ai.
Om deze ziekte te overleven zal ik door de medicatie ook kaal worden. Het is al begonnen. Bij mij is het al herfst. En het snoeien is ook al begonnen. Dat is best pijnlijk. Maar schijnbaar ook nodig. Vragen te over daarover en veel tijd om er over na te denken.
Een zware herfst en winter liggen voor me, maar daarna wordt het weer voorjaar. Dan gaat mijn haar weer groeien, dan mag ik weer op krachten komen en opnieuw ‘uitlopen’. Ik weet nog niet hoe het er dan uit gaan zien. Of ik dan op al mijn vragen antwoorden heb? Waarschijnlijk niet. Maar ik weet dat er maar één goede Tuinman is die alles van snoeien weet, en het op de juiste manier doet.
‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt.’
Johannes 15 vers 1,2