Huildag
Vannacht wakker geworden en liggen piekeren. Ik realiseerde mij dat het uitstellen van mijn haar er af halen nog steeds ontkenning is. Ontkenning van het feit dat ik kanker heb en het nooit meer hetzelfde zal zijn. Ontkenning van het feit dat ik niet zonder deze behandeling kan. Op het moment dat mijn hoofd kaal is kan ik er niet meer om heen. Maar ik ben er klaar mee.
Nadat ik toch nog in slaap gevallen ben word ik somber wakker en herhaalt zich een mantra in mijn hoofd: ik heb kanker en het gaat nooit helemaal weg. Het liefst blijf ik de hele dag liggen met de gordijnen dicht.
De zon en en de blauwe lucht staan in schril contrast met mijn sombere stemming en lijken me uit te dagen.
Na een huilsessie en ontbijt probeer ik mijn gedachten af te leiden door de krant te lezen, maar de ellende van anderen kan me op dit moment even niet boeien.
Ik dwing mezelf op te staan en hijs mezelf in mijn sportkleding en ga de uitdaging met de zon aan.
Na 30 minuten, ’15 kilometer’ fietsen en een aantal vreselijke beats op de hometrainer ben ik uitgeput, en ga ik deze dag aan.
De rest van de dag blijft moeilijk, aan het eind van de middag met Andries een eind gelopen en mijn worstelingen besproken. Dat lucht op.
De zon blijft eindeloos zijn best doen en ik geef me gewonnen.
Aan tafel lezen we Psalm 16:
‘Steeds houd ik de HEER voor ogen,
met hem aan mijn zijde wankel ik niet.’