Het uitzicht
Heel voorzichtig bekijk ik het uitzicht vanaf de top van de berg. Maar het is snel teveel. Ik merk hele kleine stapjes vooruitgang, ver vooruit kijken is dan ook erg moeilijk. De afgelopen weken had ik het liefst in een holletje gekropen om te slapen en pas wakker te worden als ik me weer helemaal goed voel. Nu lukt het me om toch af en toe uit het holletje te kruipen en wat meer oog te krijgen voor de omgeving.
Eten
Gelukkig begint ook heel langzaam mijn eetlust weer wat terug te komen, al is het soms een teleurstelling als ik ga eten, want het is al snel een te droge hap. Het kerstdiner wat Andries zo verrassend lekker en goed had klaargemaakt kon ik geen eer aan doen. Maar Wilbert en Anne hebben er goed van gegeten. Vandaag heb ik weer een boterham kunnen eten, doordrenkt met een half blikje ragôut kon ik deze goed weg krijgen en smaakte het ook nog.
Kerstavond
We hadden een zeer bijzondere kerstavond. Nadat om half 9 de stroom uitviel in de hele wijk en we echte duisternis meemaakten, ging de rest van het gezin naar de kerstavonddienst en bleef ik alleen met een paar brandende kaarsjes achter. Geen internet, geen tv, geen muziek en doodse stilte. Omdat internet uitgevallen was kon ik ook niet de kerkdienst meekijken en lag ik daar alleen met mijn gedachten. Maar juist met kerst is er licht in de duisternis, door het gordijn wat een klein stukje openstond kon ik een ster zien schijnen.
Rond tien uur gingen alle lichten weer aan, en ik was toen toch wel opgelucht. Buiten hoorde ik een gejuich op gaan.
‘Aardbei’
Het is aan veel te merken dat mijn lijf een hoop troep te verwerken krijgt. Er gebeuren dingen met mijn lichaam die ik liever niet zie. Mijn gezicht ziet er op dit moment uit als een aardbei: uitslag, opgezet en flink jeuk. Zolang ik geen koorts heb maak ik me niet echt zorgen, maar de spiegel mijd ik maar een poosje. Ik hoef ook nog niet de deur uit en hoop maar dat het met een paar dagen weer wegtrekt.
In mijn verdrukking riep ik tot de Heer,
Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.
Psalm 34 vers 7
hoi Mieneke,
van de week lazen we in ons dagboek Psalm 62. David had een hele slechte tijd gehad of zat er nog in. Een beetje overdrachtelijk kan je je ziekte en al de kuren en medicijnen wel als je vijanden zien…..
2 Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust,
van hem komt mijn redding.
3 Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, nooit zal ik wankelen.
4 Hoe lang nog vallen jullie aan op één man
en bedreigen jullie hem met de dood?
Hij is als een muur die omvalt,
als een wal die op instorten staat.
5 Zij willen hem van zijn hoogte storten,
de leugen is hun lust en hun leven,
een zegenwens ligt op hun lippen,
maar in hun hart verbergt zich een vloek. sela
6 Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van hem blijf ik alles verwachten.
7 Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.
8 Bij God is mijn redding en eer,
mijn machtige rots, mijn schuilplaats is God.
9 Vertrouw op hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor hem uw hart, God is onze schuilplaats.
10 Niets dan lucht zijn de kinderen van Adam,
niets dan een leugen de mensenkinderen,
in de weegschaal gaan zij omhoog,
samen zijn zij lichter dan lucht.
11 Vertrouw niet op geweld,
op iets vluchtigs als geroofd bezit,
ook al groeien geld en goed,
houd je hart ervan vrij.
12 Eenmaal heeft God gesproken,
tweemaal heb ik het gehoord:
‘De macht is aan God.’
13 Bij u, Heer, is ontferming,
u beloont ieder mens naar zijn daden.
717…Stil… mijn ziel wees stil..
maarten
LikeLike